Trappist overzicht

Trappist Zundert wordt gebrouwen binnen de kloostermuren van Abdij Maria Toevlucht in trappistenbrouwerij De Kievit te Zundert, nabij Breda. De brouwerij dankt haar naam aan de oorspronkelijke boerderij van de abdij. De boerderij zorgde er sinds de stichting van de abdij in 1900 voor dat de monniken in hun levensonderhoud konden voorzien. Inmiddels zijn deze werkzaamheden gestaakt. In 2013 werd de open hooi tas van de boerderij omgebouwd tot brouwerij en eind 2013 zag de eerste Zundert Trappist het levenslicht.

Westmalle is een trappistenbier dat in de abdij Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart van Westmalle wordt gebrouwen.

Het klooster van Westmalle werd in 1836 tot abdij van de orde der trappisten verheven. In hetzelfde jaar begonnen de monniken met het brouwen van bier, aanvankelijk alleen voor eigen gebruik, maar vanaf 1856 ook voor de verkoop. De brouwerij is sindsdien diverse malen uitgebreid en gemoderniseerd, de laatste keer in 2001.

Tre Fontane is een trappistenbier met hoge gisting en heeft een alcoholpercentage van 8,5 procent. Het wordt gebrouwen volgens het recept van de monnikengemeenschap van Tre Fontane. Het bier heeft een ‘mild-zoete afdronk die wordt veroorzaakt door het eucalyptuskruid dat de smaak zuivert en verfrist’, aldus de Internationale Vereniging Trappist. ‘De bitterheid van de hop houdt deze zoetheid in evenwicht’, klinkt het.

De 60 monniken van de trappistenabdij Saint Joseph's Abbey overleefden tot nu toe door de verkoop van confituren en marmelades, maar toekomstgericht werd naar andere bronnen van inkomsten gezocht. Een aantal jaren geleden rijpte de idee om bier te beginnen brouwen. De broeders maakten enkele trips naar Europa en gingen op bezoek bij de Belgische trappistenbroeders, eerst in de abdij van Westmalle en verder langs de andere abdijen om ten slotte in de Sint-Sixtusabdij van Westvleteren te eindigen.

De Cisterciënzers van de Strikte Observantie, zoals de trappisten officieel voluit heten, staan bekend om hun afzondering: de kloostergebouwen en de meeste brouwerijen zijn verboden terrein voor gasten. Er zijn nog een vijftiental oudere monniken.

De Cisterciënzerabdij van Orval ("Gouden Dal") was in 1132 opgericht, na de Franse revolutie vernield en van 1926 tot 1948 weer opgebouwd door de Trappisten. De oprichting van de brouwerij maakte deel uit van de initiatieven die de bouw van de nieuwe abdij moesten bekostigen. Dit in tegenstelling tot andere trappistenbieren, waar het er oorspronkelijk om ging door de arbeid van de monniken in de eigen behoeften te voorzien. De brouwerij vormt een aparte rechtspersoon: de société anonyme Brasserie d'Orval.

De bewoners van het klooster leefden oorspronkelijk van de landbouw en veeteelt, maar omdat de originele inkomstenbronnen niet meer voldeden door de snelle groei van de congregatie, werd naar een alternatief gezocht. Omdat één van de paters de zoon van een Duitse bierbrouwer was en het vak bij zijn vader had geleerd, werd in 1884 besloten om te beginnen met de productie van bier. Sindsdien was het brouwen van bier het dagelijks werk van een aantal Trappisten.

Het bier wordt sinds 2012 gebrouwen in de brouwerij van Stift Engelszell te Engelhartszell an der Donau, het enige trappistenklooster in Oostenrijk. De bieren werden vernoemd naar twee voormalige abten van de abdij. Gregorius Eisvogel was de eerste abt van 1931 tot 1950. Benno Stumpf was abt van 1953 tot 1966.

De Internationale Vereniging Trappist maakte op 15 oktober 2012 bekend dat deze bieren het logo "Authentic Trappist Product" mogen dragen.

Toen eind jaren negentig de laatste niet-Belgische trappistenbrouwerij, het Nederlandse La Trappe, haar licentie kwijtraakte wegens een samenwerkingsovereenkomst met Bavaria, trok de vereniging van trappistenbrouwers aan de alarmbel. Slechts vijf abdijen brouwden nog. Van deze vijf is de abdij van Westmalle verreweg de grootste door haar relatief zware investeringen in reclame.

Het eerste Chimaybier werd in 1862 gebrouwen. Het was aanvankelijk een Doppelbock in Beierse stijl, dus van lage gisting. Na enkele brouwsels verkozen de monniken echter een bière forte, een donker bier van hoge gisting, naar het model van het bier van de moederabdij van Westvleteren. Het bier werd toen uitsluitend gebotteld in flessen van 75 centiliter.

De eerste leveringen van het bier deden de paters zelf: ze zorgden te voet voor een huis-aan-huislevering.